Marianne Notschaele-den Boer - vorige levens - reïncarnatietherapie

Marianne Notschaele-den Boer - vorige levens - reïncarnatietherapie
Marianne Notschaele, ook op Twitter (klik op afbeelding)

7 oktober 2015

Kindermedium Jeanette Sjardijn - Praktijk GevoeligSterk - hsp - een vorig leven in oorlogstijd



Contact houden na een consult

In mijn praktijk werk ik met hoogsensitieve personen die - om wat voor reden dan ook - vastlopen in hun huidige leven. Na gegeven consulten hou ik met de meeste cliënten contact. Zo zie ik via Facebook, LinkedIn of Twitter hoe het (na verloop van tijd) met ze gaat. Ze krijgen relaties, kinderen, ander werk, starten een eigen praktijk, enz. Altijd fijn om te lezen of horen dat het goed met ze gaat. 
Zo zag ik ook via Social Media hoe het Jeanette Sjardijn verging nadat ze bij mij in 2014 was geweest voor een consult vorige levens. Ze heeft nu een bloeiende praktijk, ‘GevoeligSterk’, waarin ze kinderen en ouders begeleidt. Ik herinnerde me dat ze haar afrondende schrijfopdrachten destijds mooi had verwoord. Daarom vroeg ik of Jeanette over de consult-ervaring bij mij wilde vertellen en of ze haar vorige levens-verhaal met anderen via dit Blog wilde delen. Ze vond dit een goed idee en stemde toe. Hieronder vind je haar verhaal.

Rusteloos, opgejaagd, onbegrepen

“Surfend op internet stuitte ik op de website en de verhalen van Marianne. Ik wilde al langere tijd eens ‘iets’ met vorige levens doen, maar was hier ook wat huiverig voor. Een vorig leven is immers niet voor niets een vorig leven? Daarbij was mijn idee dat ik tijdens regressietherapie in een soort staat van hypnose gebracht zou worden. Dat idee vond ik veel te spannend, de controle verliezen…
Op de website van Marianne las ik over haar werkwijze. Dat zij het vermogen heeft om vorige levens van anderen waar te nemen. Na een telefoontje was ik overtuigd en bevestigd in mijn gevoel: deze warme vrouw kon mij verder helpen.
Punten waar ik op dat moment in mijn leven tegen aan liep, waren o.a.: last van wat ‘onbestemde’ gevoelens en angsten. Ik schreef Marianne: ‘Ik kom nu op een punt dat ik écht mezelf zou willen zijn maar weet ook niet goed wie dat is…. verklaarbaar vanuit dit leven waarin ik supergevoelig ben en dat daar als kind niet altijd ruimte voor was. Maar voor mijn gevoel is er meer’.
En: ‘Ik voel me vaak opgejaagd, rusteloos, onbegrepen, eenzaam, voel prestatiedrang. Ik ben een sensitieve, rustige vrouw, maar ook een ondernemer, leider, initiatiefnemer. Ik voel heel veel aan, maar durf dit nog niet altijd te uiten of hier helemaal op te vertrouwen terwijl ik toch ook wel weer heel veel op gevoel en op mijn eigen wijze durf te beslissen. Omdat ik veel voel weet ik niet altijd goed wat van mij is of wat van een ander. Er is veel wat mij raakt, vooral oorlogsverhalen; films of beelden raken mij zo dat ik er helemaal van streek door raak, vooral als het om kinderen gaat. Ik kan het huilen van kinderen bijna niet verdragen. Zeker als ik er echt verdriet bij voel, of onbegrip… Mijn eigen kinderen kan ik moeilijk loslaten (bijv. bij naar school gaan of naar de oppas).’

Toveren met woorden

Toen ik bij Marianne binnen stapte in haar rustige praktijkruimte voelde ik me meteen op mijn gemak. Samen spraken we wat en voordat ik het wist zaten we in een verhaal… Marianne gebruikte woorden die ik hier en daar had gebruikt in mijn e-mail aan haar, en zinnen uit een vragenlijst die ik had ingevuld. 
Ze kan met woorden ‘toveren’, mijn eigen woorden kregen een andere betekenis. Nu begreep ik de lading… We maakten samen een verhaal, het was niet zomaar een verhaal. Het was mijn verhaal, dit verhaal had ik beleefd… Het is het verhaal van wie ik was in mijn leven voor dit leven…

Oorlog

Het raakt, ik voel dat het klopt. Er komen beelden bij en sommige dingen ‘weet’ ik gewoon. Heel zeker. Als ik thuis ga schrijven komt er ook een naam. Catharina, later noemde ik me Anna. Ben m’n naam aan gaan passen. Omdat mijn hele naam te gevaarlijk was? Ik vraag het me af, omdat ik Catharina niet Joods vind klinken. Een achternaam krijg ik niet duidelijk. Maar het begint met een naam. Wat voelt het heerlijk om deze vrouw een naam te geven… en zo gaat ze leven… Dit is het verhaal van Catharina.

Ik word geboren - het jaartal dat in mij opkomt is 1906 - bij een lieve vader en moeder. Hardwerkende mensen in Duitsland. Ze hebben het ok, er is niet te veel, niet te weinig. Ik heb een broer en een zus. Voor mijn gevoel een jongere zus. We leven een ‘gewoon-gewoon’ leven. Al zijn we niet echt ‘dom’ te noemen. Mijn ouders zouden meer kunnen dan zij doen en laten zien. Maar dat is nu eenmaal wat het is. Mijn naam is Catharina. Ik ben een meisje, later een jonge vrouw die veel observeert. Ik heb mensen snel door, voel veel aan. Ik zie hoe systemen in elkaar steken. Hoe ‘het’ werkt.
Dan gaan mijn ‘herinneringen’ aan dit leven naar de tijd dat ik getrouwd ben en moeder van, voor mijn gevoel, drie jonge kinderen. De jongste is nog maar klein, of misschien wel net geboren. 
Ik weet niet of ik deze man ben getrouwd omdat ik stapelverliefd op hem was. Als man is hij wel ok, maar in onze relatie spatten de vonken er niet af. Er is veel spanning in huis. Mijn man snapt er voor mijn gevoel niets van. Ik zie het gebeuren, de onrust, hoe mensen verhaaltjes worden verteld, politieke spelletjes… Maar het zijn gevoelens, geen dingen die ik goed hard kan maken. Onbestemde gevoelens, ik ben bang voor wat er komen zal. Het is niet grijpbaar. Mijn man ziet dat anders. Hij heeft wat vurigs, een bepaalde agressie in hem. Vindt dat oorlog ook goed kan zijn. Vroeger kon ik begrip opbrengen voor dat ‘stoere’, dat mannelijke. Maar steeds vaker vind ik het vooral dom. Van oorlog komt alleen maar ellende, begrijpt hij dat dan niet? Hoe kan hij zo blind zijn? We hebben prachtige kinderen, een gezin. Hoe kan je in die spelletjes trappen? We vervreemden van elkaar. We hebben ruzie, ik ben boos, hij wil gaan, ga dan maar, weg van ons… Hij vraagt me of ik soms iets beter weet? We hebben het namelijk niet heel breed. Ik weet niets te zeggen hierop, maar wil dat hij bij het gezin, zijn kinderen blijft. Hij gaat… hij vindt dat dit iets groters is, een kans op beter…
De volgende dag is hij weg. Hij is gewoon gegaan! Ik ben er boos om, ook verdrietig. Wat voor een man doet zoiets? Zijn gezin in de steek laten? Wat een pijn en verdriet voor onze kinderen, toch zet ik mijn schouders eronder. Maar vanaf nu is het leven zwaarder. Ik kan het niet goed verwerken en blijf boos. God weet waartoe de vader van deze lieve kinderen in staat zal zijn? Hoe kan zoiets? Hoe bestaat het? Dit kan ik niet begrijpen… maar ik houd mijn emoties binnen en ga door…
Ondertussen is het steeds meer voelbaar. Ik haat het. Ik haat het dat mensen elkaar haten. Ik haat ruzie en haat oorlog. Hoe kunnen mensen, die in aard wel goede mensen zijn zich zo laten gebruiken? Hoe kunnen mensen de theorieën, ideologie (het woord ideo-terie komt meteen boven) aanhangen en verkiezen boven échte mensen? Alle mensen zijn gelijk. Waarom zien ze dat niet? Ik ben teleurgesteld in de mensen. Ik ben voor een deel Joods. Dat was nooit een ‘ding’. Nu opeens wel, voor mijn man toch ook. Hij wilde beter, meer aanzien. Ik ben en bleef toch Joods bloed hebben. Steeds meer werd mijn Joods bloed een ding. Ik ging mijn naam een beetje aanpassen, letten op mijn woorden. Voorzichter zijn in wat ik zeg.

Hoe moet het met mijn kinderen?

Nu maar flink zijn. Voor de kinderen. Ze moeten eten. Ik heb het zwaar. Ik kan ze maar net genoeg te eten geven. Soms ook niet. Dan huilen ze, dreinen ze. Ik kan dat niet verdragen. Ik moet het redden voor hen. Maar dan die achterlijke ideeën. Zijn mijn kinderen nog wel veilig? Mensen verdwijnen, ik weet het. Ik voel en zie het gebeuren. God mag weten wat er met deze lieve onschuldige mensen gebeurt. 
Sommige mensen vinden dat ik me aanstel. Steeds vaker voel ik dat mijn gevoel van onveilig zijn geen onzin is. Ik heb het gevoel dat ik alles in de gaten moet houden. Overleven. Hoe moet dat nu met de kinderen? Ik wil ze dit niet aandoen. Ik wil de kinderen weghouden van geweld, haat en oorlog. Het zijn nog maar kinderen. Hoe kun je kinderen uitleggen wat volwassenen elkaar aandoen? Dat kan toch niet? Hun eigen vader heeft ze in de steek gelaten voor die klote oorlog. Een deel van hen… verraad, dat is het. Toch zeg ik de kinderen nooit iets naars over hun vader. Ik houd de man wie hij was voor hen in ere. Ik maak hem niet zwart voor hen.
Ik geloofde ooit in de liefde… ik was de dromer… de romanticus. Door de kinderen blijf ik liefde voelen, maar de wereld voelt bedrogen. Wie gelooft er nog in de liefde? De liefde voor elkaar? De medemens? De liefde die alles overwint? Het goede van ieder mens….
Toch? Wat een twijfels… ik ga kapot. De stress, het onveilig voelen, ik wil dat de kinderen niet meer naar buiten gaan. Ik wil ze bij me houden. De grote boze buitenwereld wil ik ze niet aandoen. Als een leeuwin wil ik voor ze vechten en hen veilig houden in een hol…  Het leven is zwaar zo. We kunnen niet genieten samen, we kunnen niet leven. Ik ben niet de moeder die ik wil zijn voor deze kinderen. Ik voel me gefaald hebben. KUT KLOTE oorlog. Ik wil schreeuwen, van binnen schreeuw ik. Ik raak verscheurd. Ik huil, ik bid, kan dit niet een boze droom zijn? Kunnen we niet samen in slaap vallen en wachten tot dit overgaat? Ik ben in paniek. Ik moet een beslissing nemen maar dat kan ik niet. Ik wil het niet, dit kan ik niet, het is onmenselijk, niet te doen voor een moeder. Maar de ideoterie gaat door… een rassenzuivering wordt doorgezet. Misselijkmakend. Ik maak een plan met een bekende. Ik moet ervan overgeven. Ik breek, mijn hele lijf doet pijn. Ik kan dit niet aan. Mijn allesjes… de ander moet ‘het’ maar voor me doen. Ik kan ze niet weg zien gaan. Al heb ik wel een beeld van een meisje dat aan de hand van twee volwassenen weggaat. Een wollen (?) jasje, donker, een tasje, rood… het meisje kijkt verbaasd om. Ik laat haar in de steek… ik kan dit niet… het moet… de kans op leven… over-leven, een beter leven voor hen… ooit? Die lieve, lieve kinderen, daar gaat al mijn liefde… mijn buik doet zo’n pijn, alsof de kinderen losgesneden worden van mij, zo voelt het. Ze blijft kijken, zal ik haar ooit terug zien, zal ik hen terug zien? Dit is toch ondraaglijk voor een moeder? O God in wat voor wereld leven we? Is er niet iets van hoop, geloof, liefde…? Laat dat er zijn, voor mijn kinderen!
Het voelt alsof mijn hart zojuist uit mijn lijf is gerukt en ik moet door. Eigenlijk leef ik niet meer. Ik moet door en me gaan verstoppen. Onderduiken. Overleven. Wat haat ik dit. Een kind moet bij z’n moeder zijn… wat heb ik gedaan? Ik word gek. Al die gedachten. En ik moet door. Ik heb niemand. Ik houd het maar binnen. Ik houd me klein en stil. Ik ben er wel, mijn lijf, maar verder niets. Van binnen ben ik dood.

Opgejaagd - onderduiken

Er is geen ruimte meer voor mij. Ik word opgejaagd. Nergens is er plek. Nergens ben ik veilig. Waar moet ik me verstoppen? De oorlog, de haat, het is overal. Ik wil leven, maar het gaat niet. Het mag niet. Ik ben boos, ik kan hier niet tegenop, ik kan niet vechten. Het leven is zó oneerlijk. Het leven zelf is slechts voor sommige van ons. Ik ben bang. Ik wil wel overleven. Het moet, ik moet dit doorkomen voor mijn kinderen. Tot het over is, verstop ik me en dan vind ik ze weer. Ik heb geen rust tot dat zal gebeuren.
Ik ben bang als ik voel dat het gevaar dichtbij is. Iedere keer als ik geschreeuw hoor, houd ik me stil en maak ik me nog kleiner. De laarzen. Het getik. Ik haal geen adem. Ik voel me als een bang klein kind, ik houd me stil en hoop met heel mijn hart dat het overgaat. Wat zouden ze met me doen? Ik hoef eigenlijk niet meer. Nee, ik moet, voor de kinderen. Mijn lijf doet zo’n pijn. Kleiner kan ik me niet maken. Mijn lijf doet zeer en is zwak, ik heb honger en dorst, maar ik voel dat niet echt meer. Ben wat licht in mijn hoofd. Niet echt meer aanwezig in mijn lijf. Geestelijk ben ik niets meer van wat ik ooit was. Op sommige momenten realiseer ik me dat en kan ik de ogen wel uit mijn kop janken. Maar ik doe het niet… het mag niet.
Ik wil het anders. Zou het nog kunnen? Zou ik nog bij de kinderen kunnen komen? Kon ik het anders regelen? Heb ik er wel goed aangedaan? Hoe kan ik dit ooit goed maken? Ik heb ze weggedaan… Gepieker... ik heb hier eenmaal voor gekozen. Doorzetten. Het moet.
Ik voel de steenkoude, kale vloer. Ik druk me er nog harder tegenaan. Het is koud, maar ook dat kan ik niet écht meer voelen. Ik ben bang. Heel bang en voel dat het misgaat. Ik houd me stil, paniek, het komt dichter bij. Waar kan ik heen? Ik wil verdwijnen in deze kale, koude vloer. 
Geschreeuw, gestommel, herrie, gesnauw. Ik ben doodsbang, maar laat het allemaal gebeuren. Een grote boze man, een soldaat die de deur van de kelderkast waar ik in zit opentrekt. Ik zit nog helemaal opgevouwen. Ik moet eruit. Er is haast. Ik kom amper omhoog. Het stijgt me direct naar mijn hoofd. In de hal lijk ik van mijn stokje te gaan, ik struikel/wankel… een jonge soldaat aan mijn linkerkant pakt me bij mijn arm. Ondersteunt me als het ware. De grote boze man gaat het allemaal niet snel genoeg. Het zint hem allemaal niet. Ook niet hoe het verloopt met de mensen van wie het huis is… och, arme mensen…
Ik sta in de hal, verzwakt, en ik wankel. Buiten is het licht. Er staat een auto, een kleine legertruck voor de deur. Iemand houdt de deurflap ervan open. Ik zie de paar soldaten, jonge jongens, (‘kinderen’ denk ik bij mezelf). Behalve dan die ene grote boze man. Hij staat al buiten. Steekt iets op, een sigaret? Mompelt, nein, nein, vort… zijn geduld raakt op. Ik voel me opgejaagd, maar ik kan niet… ik kan bijna niet op mijn benen staan. Ik sta nu voor de deuropening, nog wel binnen. Voor de deur is een klein stenen trapje van ongeveer drie tredes. Een soldaat houdt de deurflap/klep van de auto open. Ik ruik de geur van de ochtend. Zie de mooie lucht. Ik probeer me uit te strekken, rechtop te komen. Wil de lucht inademen, een teug lucht in mijn longen laten stromen. Het ruikt goed, al mijn zintuigen doen mee… ik zie, hoor, ruik en proef de lucht… het leven? Iets in me zegt: ‘waarom zet ik het niet op een rennen?’ Zou ik dat nog kunnen? Nog voor ik echt goed in kan ademen, naar buiten kan stappen… KNAL!
Ik ben verbaasd, wat gebeurt er? Hij kijkt niet eens. Stond met z’n rug naar me toe. Was geïrriteerd. Mopperen, schelden op alles en iedereen. Geërgerd. Het ging hem niet snel genoeg. Hij heeft zich omgedraaid en geschoten. Zomaar… nog voor ik de drempel over was. Ik ben verbaasd. Wat??? Wat is dit? Au.. ik besef het niet. Ik val, ik denk aan mijn kinderen, meine Kinder…meine leibe liebe Kinder….gaat het door mijn hoofd, ik moet ze vinden, naar ze toe…Waar zijn ze?
En toch ga ik dood. Maar ik besef het niet. Ik zie het nu van een afstand. Ik voel me onrustig. Zoekende. Falend. Alleen. Nog een paar schoten. Er is ook nog iemand gevlucht. De soldaten gaan weg met de auto. Er is weer haast. De deur staat nog open en er liggen lichamen. Zomaar, overhoop geknald… ik lig daar ook. Mijn lichaam ligt daar. In de hal, net voor de deur. Voor mijn gevoel is het in het jaar 1938.

Liefde

Na het consult bij Marianne en dit verhaal uitschrijven viel er zoveel op z’n plek. Opdat het afgerond kan worden. In mijn huidige leven had ik me nog verbonden met het laatste moment waarop ik in leven was, toen. Ik mag nu weten dat het veilig is om die kast uit te stappen, dat ik me niet langer hoef te verstoppen, de deur door naar buiten. Deze deur stond (letterlijk) nog open. De deur kan nu sluiten, het leven van nu gaat verder. Bewust leven, genieten en liefhebben. Geloven in de liefde. Liefde over-leeft… altijd!”

Kindermedium Jeanette Sjardijn

Praktijk ‘GevoeligSterk’ – Jeanette Sjardijn

Jeanette Sjardijn-Brandse (32) is moeder van drie prachtige kinderen. Ook nu heeft ze een groot hart voor kinderen. Nadat ze een aantal jaar als leerkracht in het basisonderwijs werkte, startte ze in 2011 haar praktijk ‘Kind&Kracht’, welke in 2015 tot ‘GevoeligSterk’ werd omgedoopt. Lange tijd vond ze haar gevoelig zijn lastig en stopte dat deels weg. Gelukkig is ze zich bewust geworden van haar eigen hooggevoeligheid en de kracht daarvan. Tegenwoordig vindt ze het okay om helemaal zichzelf te zijn en zich te laten zien aan anderen.

Over ‘GevoeligSterk’ zegt ze: “Mijn praktijk is speciaal voor ouders en kinderen van deze tijd. Het is mijn passie om kind én ouder te laten ervaren dat je als sterk gevoelig persoon, GevoeligSterk kan zijn. Ik startte als kinder- en oudercoach, maar al snel werkte ik steeds meer vanuit mijn gevoel en gebruikte ik mijn intuïtieve gaven. Kindermedium is de term die mij beter past. Met een eigen-wijze van persoonlijke begeleiding, kom ik snel tot de kern. Ouders komen bij mij wanneer het niet lekker loopt met hun kind. ‘Niet lekker in hun vel’, ‘onzeker’, ’niet zichzelf’...  Samen bekijken we wat er speelt en voelbaar is voor het kind. Wat speelt er op dit moment? Welke ervaringen zijn opgedaan en welke zijn blijven ‘hangen’ in het gevoelige systeem van het kind? Soms speelt er ook een ervaring vanuit een vorig leven. Samen ronden we af en maken we ruimte. Ruimte om jezelf te kunnen en dúrven zijn. Juist mét het gevoelig zijn. Zodat ouder en kind weer samen genieten!”

Jeanette’s website is www.gevoeligsterk.nl

Reïncarnatieverhalen

Op www.vorigelevens.nl vind je linkjes naar andere cliëntverhalen die in het teken staan van oorlog, zoals in mijn boeken 'Diehards in de War' en 'Waarom Esther geen Robinson werd'. Ook in de gratis te downloaden ebooks 'Een kat heeft negen levens, een mens...' en 'Vintage Life' vind je reïncarnatieverhalen van cliënten uit mijn praktijk. Uit zulke verhalen blijkt hoe ervaringen in oorlogstijd nog lang kunnen nawerken, maar ook hoe je emotioneel onaffe vorige levens kunt afronden opdat je weer 100% van je huidige leven kan genieten.

Groetjes,
Marianne Notschaele-den Boer
Reïncarnatietherapeut/auteur
www.mariannenotschaele.nl