Marianne Notschaele-den Boer - vorige levens - reïncarnatietherapie

Marianne Notschaele-den Boer - vorige levens - reïncarnatietherapie
Marianne Notschaele, ook op Twitter (klik op afbeelding)

11 mei 2015

Oorzaak achterhaald van onverklaarbare niesbuien - niesallergie - vorig leven - reïncarnatietherapie

Oorzaak van onverklaarbare niesbuien
Plotselinge niesbuien

Lieke (24) had geen echte problemen, behalve last van plotselinge niesbuien. Daarvoor kreeg ze anti-hooikoortspillen van haar huisarts en dat verminderde de klachten. Ach, die niesbuien, daarvan had ze maar één maand per jaar extreem veel last. Verder ging alles zijn gangetje. Ze zat goed in haar vel, had haar vriend - waarmee ze al drie jaar samen was - net aan de kant gezet en was daarover best tevreden want die relatie benauwde haar. Als goede vrienden waren ze uit elkaar gegaan.

Luchtbelletjes

‘Als ik moet niezen, kriebelt het in mijn neus. Net of er van die luchtbelletjes inzitten.’ Bij hele erge niesbuien voelde Lieke zich ronduit beroerd, misselijk en kreeg ze ‘een wazig hoofd’. Zoals ze zei: ‘dan heb ik geen controle meer over mezelf en denk ik, straks ga ik van mijn graatje’. 
Op mijn vraag wat het ergste kon zijn wat haar kon overkomen, antwoordde ze: ‘Geen controle meer over mezelf hebben, buiten bewustzijn raken en niks meer weten. Dan leef je niet.’ Na zo’n niesbui voelde het ‘alsof ze flauw was gevallen’. ‘Mijn onderlichaam is dan helemaal slap, tot onder aan toe.’

In de beginjaren van mijn praktijk maakte ik gebruik van hypnotische inducties om een lichte vorm van trance op te wekken. Tegenwoordig werk ik op een andere manier met vorige levens, maar toen liet ik Lieke plaatsnemen op een ligbank en vroeg haar de ogen te sluiten en zich te concentreren op haar niesbuien en de daarbij horende gedachten die in haar opkwamen. Ze werd er zenuwachtig van en kreeg een weeïg gevoel in haar buik. Met het meer en meer concentreren op de gedachte: ‘Ik heb geen controle meer over mezelf’ kreeg ze een ‘eng, slap gevoel in haar armen en benen’. Witjes lag ze op de bank. ‘Er komt niets bij me op hoor, ik ben helemaal slap.’
Ik liet haar contact maken met de laatste keer dat ze zo’n vervelend lichaamsgevoel had gehad, in een andere tijd en plaats… en de volgende gebeurtenissen ontvouwden zich. Lieke herinnerde zich een vorig leven als jonge vrouw.

Wat als je niet kunt zwemmen in een vorig leven...
Een naderend huwelijk

‘Ik moet wegrennen, ze komen achter me aan!’ Ze is een jaar of twintig en rent alsof haar leven ervan af hangt. Ze vlucht uit een middeleeuwse burcht, rent onder een stenen boogpoort door, de brug van de slotgracht over naar een bosrijk gebied. Ze rent… en rent. Ze is bang, heeft steken in haar borst van het rennen en haar benen worden zo moe… 
Uitgeput verstopt ze zich in een greppel. ‘Als ze me hier maar niet zien.’ Ze is bang, haar lippen zijn droog, ze hijgt als een bezetene. Haar benen voelen slap aan van het rennen. ‘Ik heb geen controle meer over mezelf’, hijgt ze. 
Hard rennen is geen dagelijkse bezigheid voor een jonkvrouwe in nood. Helaas wordt ze door de achtervolgers, dit blijken mensen van de huishouding te zijn, gevonden en teruggebracht naar de burcht. Daar staat een man haar bulderend van het lachen op te wachten. Haar toekomstige echtgenoot. Hun huwelijk is lang tevoren door anderen overeengekomen, maar ze mag hem niet. Onder zijn honend gelach sjokt ze moe en verdrietig richting torenkamer. ‘Ik wil niet met hem trouwen. Ik mag hem niet, maar ik kan er niet onderuit.’ In de torenkamer aangekomen ziet de jonkvrouwe haar (overigens prachtige) trouwjapon klaar hangen. Dit is teveel van het goede, ze voelt zich beroerd, er is geen weg terug. ‘Mijn doodvonnis is getekend.’ De trouwjurk zien is de laatste druppel. ‘Zo wil ik niet verder.’ 
De toekomstige bruid is zo wanhopig bij het aanschouwen van haar huwelijkskeurslijf dat ze zich door het kleine vensterraam van de torenkamer heenwurmt naar buiten. Met een ijselijke gil stort ze zich naar beneden, richting slotgracht. Eerst raken haar benen het vieze donkergroene water, daarna gaat ze kopje onder. ‘Ik kan niet zwemmen!’ Paniek! Wanhopig probeert ze haar hoofd boven het kroos te houden. Haar mond en neus prikken, ‘met van die rare luchtbelletjes.’ Ze niest, proest, hapt naar lucht, zwaait met haar armen tot haar hoofd zwaar wordt. Het laatste wat ze nog zeker weet voor ze verdrinkt is: ‘zolang ik die belletjes in mijn neus voel ben ik er nog.’

Na de dood bijkletsen

Als ik Lieke vraag wat er na de dood van de jonkvrouwe gebeurt, vertelt ze dat ze elegant opstijgt vanuit het slotgrachtwater om haar dode lichaam achter zich te laten. ‘Eerst die akelige vent zeggen wat ik van hem vind!’ (Bij reïncarnatietherapie wordt vaak ‘het tussenbestaan’ gebruikt, een metafoor voor het gebied tussen twee levens in. In dit denkbeeldige gebied kunnen onaffe zaken alsnog worden afgerond, er kan hereniging plaatsvinden tussen mensen die elkaar in het leven ervoor kwijt zijn geraakt, gesprekken worden gevoerd met mensen uit het voorgaande leven etc.) In Liekes geval is duidelijk iets nog niet goed afgerond. 
Er volgt een kort, denkbeeldig gesprek tussen de bijna-echtelieden. Ze legt hem uit dat ze absoluut niet met hem wilde trouwen. Uit het torenraam springen was toen de enige uitweg, met haar huwelijkskandidaat viel in dat leven niet te praten. Hij reageert laconiek: ‘Over gearrangeerde huwelijken werd niet gesproken in die tijd, dat hoorde zo.’
Lieke doet alsnog haar geëmancipeerde huidige zegje en de man belooft beterschap voor een volgend leven. Gerustgesteld neemt de jonkvrouwe afscheid van haar dode lichaam en gaat met haar zielsenergie verder omhoog, naar een plek waar ze ‘uit kan rusten’, bijkomen van alle emoties.

Verschil en overeenkomst

Als Lieke weer kleur op haar huidige wangen krijgt, vallen er voor haar puzzelstukjes op z’n plaats. Zoals over de maand waarin ze altijd het meest last van haar niesbuien heeft. Het is de maand waarin ze ‘moest trouwen’ in dat vorige leven. Dat ze de afgelopen weken zoveel niesbuien heeft gehad snapt ze meteen. Ze heeft net haar vriend aan de kant gezet. Hij probeerde steeds fanatieker Lieke over te halen met hem te trouwen. ‘Ik was daar nog lang niet aan toe, ook al mocht ik hem graag.’
Als ik informeer naar het verband, overeenkomst of verschil tussen de man waarmee ze moest trouwen en haar huidige ex-vriend, zegt ze: ‘Nou, gek hoor. Wat ik toen niet kon, heb ik nu wel gedaan. We hebben lang gepraat over waarom ik niet wilde trouwen en waarom ik er nog niet aan toe was. En het was net of ik alles voelde, alsof ik weer verdronk. Stom, ik raakte zo in paniek dat ik dacht dat ik echt niet meer kon zwemmen terwijl ik gewoon alle zwemdiploma’s heb. En dan die maffe luchtbelletjes die ik voelde in mijn neus…’ 
Het duurde nog een kwartier voordat het werkelijk duidelijk werd: ‘Tjee, ik hoef dus helemaal geen belletjes in mijn neus te voelen of te niezen om te weten dat ik leef!’ Precies. Dat gold voor de jonkvrouwe, niet voor Lieke. 

Liekes onverklaarbare niesbuien verdwenen overigens na deze sessie. Wat een beetje inzicht in het verleden al niet kan bewerkstelligen. 
Wil je meer van dergelijke praktijkverhalen lezen? Kijk op mijn website voor gratis e-books of bestel een van mijn andere boeken bij bol.com.

(c) RHA Publishing - cliënte gaf toestemming voor dit verhaal. Eerder gepubliceerd op de website van Marianne Notschaele.

Groetjes,

Marianne Notschaele-den Boer
Reïncarnatietherapeut/auteur
www.vorigelevens.nl